VIII.A.3. Tol 

H. Mosler, Der Düsseldorfer Rheinzoll bis zum Ausgang des 16. Jahrhun­derts. In: Düssel­dorfer Jahrbuch 21. Bd (1906/07), blz. 97-275.
Blz. 98:          Begin 14e eeuw tol bij Huissen.

M. Scholz-Babisch, Deutsche Zolltarife des Mittelalters und der Neuzeit, Teil III-IV: Quellen zur Geschichte des klevischen Rhein­zollwesens vom 11. bis 18. Jahrhundert. (2 dln) Wiesbaden, 1971.
Huissen: zie register Blz. 1075-1076.

E. Smit, De Huissense tol in de middeleeuwen. In: Med. H.K.H. jrg. 18 (1993), blz. 92-95.

W.F. Leemans, De grote Gelderse tollen en de tollenaars in de 18de en het begin van de 19de eeuw. Een bijdrage tot de geschiedenis van de Rijnhandel. Zutphen, 1981.
Blz. 8:                           In 18e eeuw Hussische Tol te Emmerich en tol te Malburgen (Lendaan)
Blz. 12:                         Kort na 1226 tol overgebracht van Angeren naar Huissen
Blz. 60:                         Huissense schippersfamilie Van Galen
Blz. 74:                         1490, Nijmeegse familie Van Fo(h)win(c)kel geniet tolvrijheid te Huissen
Blz. 76:                         1476, Familie Bottenbroeck geniet tolvrijheid te Huissen.

G.B. in de Betouw, Handvesten van Nijmegen. Nijmegen, 1785-1789.
Blz. 193:        1206, tol te Huissen.

R. Rahier, Kleve, Kurze Beschreibung der Sehenswürdigkeiten. Kleve, 1975².
Blz. 16:          Afdruk van de Kleefse stadsverheffingsoor­konde (met vertaling) met vermelding van Huissen als Kleefs tolstation (1242).

A. von Haeften, Ueberblick über die Niederrheinisch- Westfälische Territo­rial-Geschichte bis zum Anfang des 15. Jahrhunderts. In: Zeitschrift des Bergischen Geschichtsvereins II (1865), blz. 1-42.
Blz. 30:          1242, tol te Huissen is Kleefs.

Konstantin Höhlbaum, Hansisches Urkundenbuch. (3 dln) Halle, 1876-1886.
Band I     blz. 104:           1242, verlening van tolvrijheid aan de stad Kleef o.a. te Huissen
                         blz. 176:           1257, Nijmegen mag tolvrij varen op de tol te Huis­sen
                         blz. 388-389:    1293, Diederik VII verleent Dordrecht tolvrijheid te Huissen
                         blz. 288-289:    1360, er moet een gerichtsdag te Huissen worden gehou­den
                blz. 439:           1336, keizer Ludwig geeft toestemming om de Huis­sense tol naar Grieth te verplaatsen.

G.J. ter Kuile, Oorkondenboek van Overijssel, deel II. Zwolle, 1964.
Blz. 107:        1291, (land)tol te Huissen.

A.G. van Dalen, Angeren of Angeroyen / Lensenburg. Zevenaar, 1968.
Blz. 7-8:        Tol van Huissen en de familie Van Huessen op het huis te Angeroyen.

H. Hunke, Hanse Rhein und Reich. Berlin, 1942.
Kaart tussen Blz. 36-37 met daarop Huissen als tolstad.

B. Kuske, Quellen zur Geschichte des Kölner Handels und Ver­kehrs im Mittelalter. Band I und II. Köln, 1902.
Band I blz. 379-380:     1445, tol te Huissen
Band II blz. 165:           tol te Huissen.

­­­Wilhelm Classen, Baunachrichten aus den klevischen Zollakten. In: Düssel­dorfer Jahrbuch jrg. 45 (1951), blz. 136-184.
Blz. 137:           In Huissen geniet men tolvrijheid.

A.M.C. van Asch van Wijck, Kerkelijke en wereldlijke geschiedenis van Nederland, meer bepaaldelijk van Utrecht. Eerste deel. Utrecht, 1850
Blz. 187-188:    1501, bewoners van IJsselstein krijgen van hertog Johan van Kleef tolvrijheid op de Kleefse tollen o.a. te Huissen

I.H. van Eeghen, De kersentol te Arnhem in het midden der zestiende eeuw. In: B.M.Gelre deel XLVIII (1946), blz. 90-100.
Betreft het ten onrechte heffen van de Lobitse Tol van kersen afkomstig uit Huissen (1554).

E. Smit, Het einde van de (oude) Huissense tol. In: Med. H.K.H. jrg. 18 (1993), blz. 98, 103-106.

E. Smit, Geen steen meer op de andere (II). In: Med. H.K.H. jrg. 16 (1991), blz. 127-132.