Restanten van Arnhemse Poort geconserveerd. Uit Mededelingen jgr. 6, 1981 nr.6

In 1980/1981 werd er een tunnel gegraven onder de Stadswal als verbinding tussen de Langestraat en de Korte Loostraat.
Een mooie gelegenheid om onderzoek te doen naar de historische resten van de Arnhemse Poort die daar gelegen moet hebben.
Dit onderzoek werd toen nog uitgevoerd door de Sectie Archeologie van de Historische Kring Huessen.
Van dit onderzoek werd uitgebreid verslag gedaan in Mededelingen en op 17 februari 1981 werd er een druk bezochte dialezing gehouden  in Hotel de Laak.
De spreker was Th.H.Janssen, voorzitter van de HKH en het hoofd van de Sectie Archeologie.
Van deze lezing kunt u onderstaand verslag lezen:

Druk bezochte dialezing
Bijna 100 leden en genodigden hadden woensdagavond, 17 februari 1981 gehoor gegeven aan de uitnodiging tot bijwoning van de dialezing in hotel De Laak door de heer Th. H. Janssen over de resultaten van de opgravingen bij de Arnhemse Poort in verband met de aanleg van de tunnel onder de Stadswal.
Onder de aanwezigen bevonden zich o.a. het vrijwel voltallige gemeentebestuur, de directie van de dienst Gemeentewerken, leden van de directie van Aannemingsbedrijf Heijting b.v.
De aanwezigen werden namens het bestuur welkom geheten door Kring-secretaris H. VV. J. Derksen, die zijn dank uitsprak aan allen, die op enigerlei wijze bij de opgravingen betrokken waren. Hij wees erop, dat de heer Janssen, die zich reeds tientallen jaren bezighoudt met de archeologie, met het oudheidkundig bodemonderzoek van Huissen en met name met het stadskernonderzoek, in feite werkzaam is als stadsarcheoloog.
In dat verband attendeerde de secretaris op een bijeenkomst, die uitgerekend die middag in Den Haag werd gehouden. Daar werd namelijk door de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek een boek ten doop gehouden, getiteld; HET BODEMARCHIEF BEDREIGD - ARCHEOLOGIE EN PLANOLOGIE IN DE BINNENSTEDEN VAN NEDERLANO.
De Kringsecretaris vervolgde: "Dat boek houdt zich bezig met de ondergrond van 197 Nederlandse binnensteden, ook die van HUISSEN. Deze ondergrond is als een archief, waarin tal van interessante zaken uit het verleden van de steden liggen opgeslagen, zoals ook vanavond ten aanzien van HUISSEN weer zal blijken.
Door de moderne boowactiviteiten worden steeds grotere aanslagen gepleegd op dit archief. Het wordt bedreigd. Het boek wijst op deze ernstige situatie, maar geeft tevens maatregelen aan om het gevaar af te wenden. Archeologisch onderzoek op de meest bedreigde plaatsen noemt het boek een dergelijke maatregel; een bestemming, die gericht is op behoud, is weer een andere.
Het meest effectieve middel is, aldus de samenstellers, de aanstelling van een STADSARCHEOLOOG.
Het boek is het resultaat van een enquete onder de 197 steden, verricht door een werkgroep vanuit de ROB met financiële steun van de Stichting Cultuurtonds van de Bank van Nederlandse Gemeenten.
Aan die enquete is ook van Huissense zijde meegewerkt. Naast overzichten van de historische en archeologische achtergronden van de steden, wordt voor elke stad aangegeven wat reeds verloren is en wat tot 1990 verloren dreigt te gaan.
De uitkomst van de analyse is schrikbarend. 0e publikatie laat geen andere conclusie toe, dan dat er concrete maatregelen getroffen moeten worden.
Gezien de medewerking en belangstelling, die tot nu toe van de zijde van ons gemeentebestuur is getoond bij de opgravingen rond de Arnhemse Poort en b.v. aan de Burchtgracht, mogen wij hopen, dat de situatie voor HUISSEN rooskleuriger zal zijn dan voor het totaal als gemiddelde geldt.
Maar HUISSEN komt er - evenals Arnhem - in het boek met een erosiefactor IV niet best af. De erosiefactar is te beschouwen als een soort eindcijfer, dat de steden individueel wordt uitgereikt op grond van de situatie, waarin zich het bodemarchief bevindt en factor IV wordt in het boek omschreven als "RAMPZALIG".
Uiteraard zijn hierbij inbegrepen de verwoestingen, die door de oorlogshandelingen zijn aangericht. In HUISSEN geldt gewoonweg "redden wat nog te redden valt" en gezien de vorengeschetste medewerking mogen wij hopen, dat het bodemarchief van HUISSEN niet verder al of niet ernstig bedreigd wordt.
De niet aflatende waakzaamheid van onze Kring-voorzitter en zijn sectie archeologie zal er zeker toe bijdragen, dat een bedreiging van dat bodemarchief geen of weinig kans krijgt.
Om hem voor die waakzaamheid en voor zijn voortreffelijke werk tot behoud van HUISSENS BODEMARCHIEF - zoals vanavond weer wordt gedemonstreerd — namens het bestuur dank te zeggen, moge ik hem een exemplaar van Het Bodemarchief Bedreigd" als een bescheiden attentie overhandigen, hem sterkte toewensenn bij zijn niet aflatende signaleringen, waarnemingen, onderzoekingen, én hem dan tevens nu het woord geven, aldus de Kring-secretaris.
Na de met veel belangstelling gevolgde explicaties van de tientallen dia's was er gelegenheid tot het stellen van vragen. Daarvan werd door verschillende aanwezigen gebruik gemaakt.
Een woord van dank bij monde van bestuurslid W. M. Horstink besloot deze bijzonder interessante avond.

Als u nu door de tunnel rijdt kunt u niet bevroeden wat er allemaal verborgen onder de grond ligt.
Een klein deel daarvan is bij de bouw van de tunnel zichtbaar gemaakt maar langzamerhand weer overwoekerd door een uitbundige plantengroei.

Op onderstaande kaart kunt u zien wat de opgavingen in 1980/1981 opgeleverd hebben.
Het volledige artikel over deze opgravingen vindt u op deze website bij "Artikelen uit oude Mededelingen"

AP overzichtskaart Aangepast

1. Aanzet van de voorgevel van het binnenpoortgebied.
2. Aanzet van een zijgevel van een direct daarbij gelegen gebouw.
3. Deel van de stadsmuur richting Walstraat.
4. Deel van de stadsmuur richting dijk (Stadsdam) .
5. Linker weerrnuur voor het binnenpoortgebouw.
6. Muur van een dienstgebouw aan de binnenzijde van de weermuur
7. Bakstenen vloer.
8. Oude poortmuur, welke tevens als keermuur diende.
9. Versterking van de muur genoemd onder B.
10.Aanzet muurwerk van gemetselde boog
ll.Gemetselde boogvormige constructie.
12.Waterbedding aan de binnenzijde van de onder 8, 9, 10, 11 en 13 genoemde muurwerken.
13.Aanzet muurwerk met keermuur aan de andere zijde van de gemetselde boog.
14.Resten van een gesaneerde weermuur.
15.Vierhoekig bolwerk.
16.Rondeelachtige weermuur.
17.Gracht langs rondeelachtige weermuur en vierhoekig bolwerk.
18.Steunbeer of muurwerk aan de binnenzijde van de onder 16 genoemde muur.
19.Boomstronk.
20.Boogvormig metselwerk.
21.Rondeelachtige weermuur.
22.Muuraanzet aande buitenzijde.
23.Muuraanzet aan de binnenzijde.
24.Aanzet van een raamwerk of schietgat.
25.Westmuur van de doorgang in het voorpoortgebouw.
26.Torenachtig dienstgebouw tevens oostmuur doorgang in het voorpoortgebouw.
27 Keibestrating van de poortdoorgang.
28.Sluitsteen van het poorthekwerk.
29.Muurwerk van een dienstgebouw naast de poortdoorgang.
30.Aanzet van een raam of schietgat.
31.Muur van een torenachtig gebouw.
32.Verbindingsmuur met de aanzet genoemd onder 13 ?
33.(Weer)muur.
Gevonden muurwerken, welke niet bij het Arnhemse Poort—complex hebben behoord;
34.Muurwerk van oude datum.
35.Muurwerk met aanzet van kelderraam van nog oudere datum dan genoemd onder 34.
36.Muurwerk van jongere daturn met kelderramen.
37.Stapel put.
38-Restanten van woningen.
39.Klinkerbestrating.
40.Zeer oud muurwerk.