Het ontstaan van de Nederlands Hervormde Gemeente van Huissen 1603 - 1613

Uit Mededelingen, jaargang 8, 1983, nr. 4

In het algemeen kan men zeggen, dat het ontstaan en de handhaving van protestante kernen in de zestiende en zeventiende eeuw nauw samenhing met de politieke toestand van een gebied. Al kort na het optreden van Luther waren het de vorsten, die de verdediging of bestrijding van de nieuwe leer ter hand namen. Sinds de godsdienstvrede van Augsburg van 1555 was het "cuis regio, illius et religioit" (wiens lands, diens godsdienst) algemeen aanvaard (1) Ook in het hertogdom Kleef lag de zaak niet anders. Ja, daar hanteerden de hertogen al lang het beginsel "Dux Cliviae est papa in terris suis" (De hertog van Kleef is paus in zijn landen)d.w.z. zij kenden zichzelf flinke invloed op de kerk toe. De hertogen Johan III (1521-1539) en Willem (1539 - 1592) stonden nietfoto1 onsympathiek tegenover het Lutheranisme, al bleven zij officieel katholiek (2), Aan hun vrijheid van handelen kwam echter een einde toen hertog Willem in 1543 een vernederende knieval moest maken voor keizer Karel V. Hij moest daarbij beloven de katholieke godsdienst in zijn landen te bewaren en alle vernieuwingen te onderdrukken (3). De jaren, die volgden en

Hertog Willem et name ook de beginjaren van de Nederlandse opstand (1566-1581) , waarin de Spanjaarden de vlucht van protestante rebellen naar het Kleefse wilden verhinderen, waren voor de reformatie in het land van Kleef niet gunstig. Ook ten tijde van de zwakzinnige hertog Johan Willem (1592- 1609) veranderde dat niet, omdat de katholieke partij onder de in feite regerende Kleefse raden de sterkste was. Toch kreeg met name het calvinisme in het hertogdom Kleef vaste voet in de late zestiende eeuw.Deels tegen de verdrukking in, deels oogluikend toegestaan; ontwikkelden zich in de Kleefse steden en dorpen grotere en kleinere calvinistische of - zoals men het noemde - gereformeerde gemeenten. Ook in Huissen was dat het geval. Er waren daar in het begin van de zeventiende eeuw niet alleen gereformeerden, maar ook lutheranen en doopsgezinden (5). Over de eerste groep is verder niets bekend, van de laatste wordt vermeld, dat zij spoedig naar het calvinisme overging (6).Wat betreft de gereformeerden, er is in 1603 voor het eerst sprake van een gereformeerde gemeente te Huissen, deel uitmakend van de classis Wezel (7) Erg georganiseerd was die gemeente nog niet, in elk geval was er geen eigen predikante De gemeenteleden lieten af en toe een dominee uit Arnhem komen om de predikatie te houden. Men kwam dan in het geheim in een particulier huis bijeen (8). voorzichtigheid was geboden niet alleen ten opzichte van de overheid, maar met name tegenover de plaatselijke katholieken. Van zeer nabij ooggetuige van de wijze, waarop sinds 1579 Gelderland vaak met geweld geprotestantiseerd was, waren de Huissense katholieken alert op het behoud van hun kerk. Het feit, dat heel wat Gelderse priesters als vluchtelingen in het Kleefse stadje waren beland, zal daar niet weinig toe hebben bijgedragen (9) Een belangrijke wending in de zaak bracht de dood van de laatste Kleefse hertog Johan Willem op 25 maart 1609. Van de vele pretendenten voor de rijke erfenis handelden er drie zeer snel Dat waren de (katholieke) Duitse keizer en de lutherse vorsten foto2Wolfgang Wilhelm van Pfalz-Neuburg en Johann Sigismund van Brandenburg. Wolfgang Wilhelm hield zich sinds 6 april in de buurt van Düsseldorf op. Johann Sigismund had via de Kleefse Landstände steun in het noorden (Kleef en Mark) en zond spoedig zijn broer Ernst van Brandenburg als stadhouder naar Kleef. Even dreigde een conflict tussen deze beiden, maar spoedig zagen zij in, dat dit de keizer in de kaart zou spelen en kwamen zij tot een compromis, het Verdrag van Dortmund van 10 juni 1609. Op 16 juni 1609 trokken Wolfgang Wilhelm van Pfalz-Neuburg en Ernst van Brandenburg als possiderende vorsten van Kleefs Gulik en Berg de stad Düsseldorf binnen. Aldus waren twee lutherse vorsten in het bezit van de Kleefse erfenis.Dat betekende intussen niet, dat het lutheranisme had gezegevierd. De possiderenden (d. i. bezitnemenden) moesten om zich te handhaven steun hebben van de Landstände en deze waren in zowel Kleef-Mark als in Gulik-Berg katholiek. Bovendien hadden zij tegenover de keizer de steun nodig van de katholieke koning Hendrik IV van Frankrijk. Daarom beloofden de possiderende vorsten in een proclamatie van 14 juni 1609 de handhaving van het katholicisme, maar tevens het toestaan van "die andere christliche Religion"Niemand zou, zo beloofde de proclamatie "in geweten of uitoefening van zijn geloof gehinderd worden" (11). Een welhaast ongehoord tolerant geluid in die dagen. Er heerste in het Kleefse aldus een vrijwel volledige godsdienstvrijheid.In Huissen was de proclamatie van 14 juni spoedig bekend. De gereformeerde gemeente kon nu eindelijk ongehinderd optreden, zo dacht men. foto3Er werd dan ook direct weer een Arnhemse predikant uitgenodigd en op zondag, 26 juli kwam niemand minder dan Johannes Fontanus naar Huissen.Fontanus (1545-1615) was de predikant, die in samenwerking met Jan van Nassau in de jaren de overname van de kerken in Arnhem en op vele andere plaatsen in Gelderland door de protestanten had doorgezet.Bepaald niet een man om de foto4Huissense katholieken, die op de afloop van de zaak niet zo gerust waren, op hun gemak te stellen. De magistraat reageerde dan ook onmiddellijk. Zij liet Fontanus aan de Arnhemse Poort oppakken en naar het stadhuis brengen. Daar begon een verhoor om de bedoelingen van de predikant te achterhalen. Het bericht van Fontanus aanwezigheid ging als een lopend vuurtje door de stad en spoedig had zich voor het stadhuis een woedende menigte katholieke Huissenaren verzameld, waarvan enigen gewapend met knuppels en degens het gebouw binnendrongen. Aan de magistraat werd de vraag gesteld of men de kerel onmiddellijk de stad uit zou jagen. Als de magistraat daartoe niet bereid was, zouden zij zo werd gedreigd, Fontanus ter plaatse dood slaan. Het lukte de magistraat de oproerkraaiers het stadhuis uit te krijgen, maar nu ging de menigte gewapend naar het huis, waar de protestanten verzameld waren in afwachting van hun predikant. Daar werd met groot kabaal opgetreden. Ook hier werd met moord en doodslag gedreigd: "Ja, ja , schlag todt, In feite bleef het bij het ingooien van wat ruiten en vielen er ditmaal geen slachtoffers. Toen het na verloop van tijd wat rustiger was geworden, dienden de Huissense gereformeerden een fel protest in tegen de handelwijze van magistraat en bevolking bij de Kleefse regering. Zij wezen er vooral op, dat het oppakken van Fontanus strijdig was met de proclamatie van de possiderende vorsten van 14 juni. Veel succes hadden zij niet. De Kleefse regering was in meerderheid katholiek en had kennelijk wel begrip voor het optreden. De magistraat werd wel herinnerd aan de plicht de predikatie in goede orde toe te staan, maar daar bleef het bij. Van bestraffing van de raddraaiers was geen sprake (12 ) Toch begon het er voor de protestanten in het foto5Kleefse steeds beter uit te zien. Een edict van 30 september 1609 versterkte de plicht tot tolerantie op godsdienstig gebied. Vervolgens ging stadhouder Ernst van Brandenburg op 27 mei 1610 in de slotkerk van Düsseldorf over tot het calvinisme  (13) .Het werd nu ook tijd de kerk in het Kleefse te organiseren. Daartoe kwam in 1610 in Duisburg de eerste algemene synode bij elkaar. Voor ons is van belang; dat daar de Classis Kleef ontstond , die zestien gemeenten omvatte. De Huissense gemeente was kennelijk nog niet zover georganiseerd, dat ze al deel uitmaakte van de Classis (14) .Lang duurde dat niet. In het voorjaar van 1611 werd de eerste predikant te Huissen beroepene Het was Petrus Wassenberg, die vanaf 1608 predikant in Velp en Rheden was geweest (15) Wassenberg had daar een slechte tijd achter de rug. Het woonhuis te Velp was bouwvallig en ook de omgang met de gemeente liet te wensen over (16). Misschien was dat de reden, dat hij het beroep naar het op zich weinig aantrekkelijke Huissen aannam. Hij trof er een gemeente aan van 15 of 16 leden, zonder kerk en met een voortdurend gebrek aan geld, Hoe dan ook, door de komst van Wassenberg had Huissen een volwaardige gereformeerde gemeente, die dan ook op 24 mei 1611 tot de Classis Kleef werd toegelaten (17) Uit de acta van de Classis weten we ook namen van Huissense ouderlingen uit de beginjaren: Johan Hemerich (1611) , Zegerwolt Reiners (1611)} Johan van Oosterbeeck (1612) en Evert van Wees (1612) De Classis moest enige malen geld verschaffen om de Huissense gemeente in staat te stellen het hoofd boven water te houden, Nieuwe onenigheden met de katholieken vonden plaats in de zomer van 1611. Petrus Wassenberg was voor dringende zaken buiten Huissen en daarom vroegen de Huissense gereformeerden weer om een Arnhemse predikant. Het is helaas niet duidelijk wie er ditmaal kwam. In elk geval kwam op zondag, 24 juli 1611 weer een Arnhemse predikant naar Huissen. Om beter voorbereid te zijn op problemen dan Fontanus twee jaar eerder had hij wat aanhang meegebracht. Ook zijn gedrag te Huissen vroeg om moeilijkheden. Op straat reeds werden de katholieken uit gescholden en bespot, maar het toppunt was wei, dat de predikant in een venster ging staan om de toegestroomde menigte toe te spreken. Hij eiste, dat de katholieken de stadskerk op het koor na zouden ontruimen en aan de protestanten overdragen. Dat hierop hevige beroering ontstond onder de katholieke toehoorders was geen wonder. Spoedig was er een hevige vechtpartij tussen de beide geloofsgroepen aan de gang. Natuurlijk lukte het de protestanten door hun geringer getal niet om de kerk te bereiken. Toen het tumult van de strijd wat geluwd was, kwam de magistraat met de drost Johan van Wittenhorst bijeen. In een protest aan de Kleefse raden schilderden zij het optreden van de Arnhemmer ais een onaanvaardbare vernieuwingspoging en een inbreuk op de eeuwenoude stadsrechten. Blijkens berichten van de Kleefse regering van 26 en 29 juli was men het daar eigenlijk we! mee eens, maar de possiderende vorsten dachten er uiteraard anders over. Het optreden van een vreemde predikant, schreven zij op 30 juli aan drost, richter en magistraat, kon toch niet als godsdienstvernieuwing worden beschouwd. Zij dreigden streng te zullen straffen als de Huissense protestanten niet ongestoord hun godsdienst zouden kunnen uitoefenen (18). Nu, daar was voorlopig in Huissen geen kans op. Daar werden de conflicten  eerder heviger. Het jaar 1612 werd weer een roerig jaar. Het begon met eert gevecht op de 'dijk tussen Huissen en Arnhem. Daar werd een gereformeerde burger van Huissen door een katholiek foto6aangevallen. Slechts het optreden van de anderen, die er bij waren, kon verhinderen; dat de protestant gedood werd. In Kleef, waar het protest terecht kwam, waren het weer de oude Kleefse raden, die een opdracht aan de Huissense magistraat moedwillig saboteerden. Zo werd ook nu weer niet opgetreden. Wellicht hierdoor overmoedig geworden gingen de katholieken nog verder. Zij joegen een bijeenkomst van gereformeerden uiteen. De oude Kleefse raden verhinderden weer een bestraffing. Toen er weer een dominee uit Arnhem zou komen, hield de magistraat de poorten van de stad gesloten. Protesten naar Kleef hielpen weer niets. Zelfs drost Van Wittenhorst ging dit te ver. Hij probeerde de magistraat zover te krijgen, dat deze met de raden van de possiderende vorsten contact op zou nemen, maar daarop ontstond een volksoploop, waarin werd uitgeroepen dat men slechts de oude Kleefse raden zou erkennen. Het was een wonder, dat het in Huissen niet op een bloedbad was uitgedraaid, zo verzuchtte men in Brandenburgse kring (19). In elk geval was het predikant Wassenberg allemaal kennelijk teveel. Hij nam in het najaar van 1612 een beroep aan uit Poortugaal bij Rotterdam  en vertrok uit Huissen (20). Zijn opvolger was Johannes de Noy. Het jaar 1613 was een keerpunt ten gunste van de protestanten. Regelmatig hadden zij zich nu tevergeefs beklaagd bij de magistraat. Zij hadden niet meer, zoals in 1611 , de eis om een deel van de kerk te krijgen, maar vroegen wel om een veilige plaats om hun godsdienstoefeningen te houden. Ais zodanig dachten ze aan ruimte in het stadhuis. Daar was natuurlijk weinig kans op. Het ingrijpen van het Brandenburgse garnizoen, dat op de burcht gelegerd was, maakte tenslotte een eind aan de nood. De gewapende macht brak het raadhuis open en dwong de magistraat toe te geven. Vanaf dat moment konden de Huissense protestanten veilig hun godsdienstoefeningen houden (21) Toen op 25 december 1613 keurvorst Johann Sigismund van Brandenburg overging tot het calvinisme en deze op 2 november 1614 het land van Kleef als enige heerser kreeg, leek de wind voor de Huissense protestanten definitief uit de goede hoek te waaien (22). Toch lukte het hun niet brede aanhang onder de bevolking te krijgen. Dat was mede een gevolg van het feit, dat juist in die jaren het katholicisme in Huissen opbloeide. Maar daarover later meer.

DR E. SMIT

NOTEN:

1) O. Thulin, Illustrated History of the Reformation, Leipzig 1967, p. 22.
2) G. Hôvelmann, Niederrheinische Kirchengeschichtes Kevelaer 1965 pp. 89-94.
3) F. Char, Geschichte des Herzogthums Cleves, Cieve/Leipzig 1845, p. 167.
4) H. Schmidt, Pfa!z-Neuburgs Sprung zum Niederrhein, Wolfgang Wilhelm von Pfalz-Neuburg und der Jülich-Klevische Erbfolgestreit. In: Wittelsbach und Bayern II / 1, München-Zürich 1980, pp. 77-89.
5) Rijksarchief in Utrecht, Archief van de Oud-Bisschoppelijke Clerezie inv. no. 283.
6) W. Petri, Sitzungsberiche der Convente der reformierten Klever Classis von 1611 bis 1670. Düsseldorf 1971, p. 11.
7) D. E, Simons, Die Akten der Synoden und Quartierskonsistorien in Jülich,b  Cleve und Berg, Neuwied 1909, p, 619.
8) Hauptstaatsarchiv Düsseldorf- Jülich Berg lI Nr. 5190.
9) E.J.Th.A.M.A. Smit, Neercassel, Huissen en de Hollandse Zending, Huissen 1979, p. 16.
10) H, Schmidt, a.w., p. 85.
11) J. V. Bredt, Die Verfassung der reformierten Kirche in Cleve-Jülich- Berg- Mark, Neukirchen 1938, p. 284.
12) S.A.D.- Jülich Berg II Nr. 5190.
13) J.V. Bredt, a.w., p.284
14) Aldaar, p. 180.
15) Rijksarchief in Gelderland- Archief van de Classis van Over-Veluwe no. 1 .
16) R.A .G. Archief Hof van Gelderland no. 21.
(17)W.  Petri, a.w., pp. 9-12.
18) Zentraies Staatsarchiv der De D Dienststelle Merseburg  - Bestand Kieve, Marks Ravensberg und Niederlande Rep. 34 Nr. 101 Band 1.
19) S.A.D.- Kleve Markt Akten 121.
20) W.A. Petri, a.w., p. 22.

21) S.A.D. - Kleve Mark Akten 1122.

22) H. Schmidt, a.w. p. 87.

foto7