De overkant

Afgelopen zondag zal het zo ongeveer de zestigste keer zijn geweest dat Sint Nicolaas in Huissen werd ingehaald aan het Looveer. Het gebruik werd ingevoerd aan het begin van de jaren dertig, toen de winkeliers hun krachten gingen bundelen. En nog steeds speelt de pont een belangrijke rol in de intocht. De varende oeververbinding doet eens per jaar dienst als aanlegplaats voor de lokale stoomboot.

Door Joop Brons

Het lijkt alsof de dag des oordeels is aangebroken. Van het ene op het andere moment wordt de hemel inktzwart. Zwermen meeuwen zorgen voor een witgespikkelde krib, die fraai contrasteert met de dreigende lucht. Zelfs de grauwe rookwolken van het Arnhemse industrieterrein steken er nog licht bij af.
Een schietwilg waarvan het bladerdek dun begint te worden, maakt het woeste rivierbeeld compleet. De Middelwaard aan de overzijde van de Rijn is geografisch opvallend te noemen.
Het zijn de overzeese gebiedsdelen van de gemeente Huissen, zoals de enkele bunders grond wel eens gekscherend worden genoemd. De overkant telt slechts enkele Huissenaren. M. Reijers is één van hen. „Ik voel me sociaal gezien vooral een inwoner van Loo. Als het kermis is en zo. Maar dat neemt niet weg dat ik vaak genoeg naar de overkant ga.” Ik moet er naar de veiling, ik kom er voor vergunningen en soms ook voor boodschappen. En als ik moet kiezen voor de gemeenteraad, dan weet ik ook best waar mijn voorkeur naar uit gaat.”
De uiterwaarden liggen er troosteloos bij. De kraaien die er vliegen dragen weinig bij aan de opfleuring van het landschap. Ook de werkzaamheden aan de oostelijke Rijndijk zijn niet opbeurend. Zwarte lappen bedekken grote delen van het grauwe groen van het talud. Zelfs de koeien die er grazen zijn zwartbont.
De Middelwaard is door een andere stroomroute van de Rijn enkele eeuwen geleden van Huissen afgesneden. Maar het contact tussen de beide oevers is nooit helemaal verbroken. Dit jaar is het precies drie eeuwen geleden dat voor het eerst sprake was van een pontveer. Kort daarna kwam er zelfs een veerhuis in De Middelwaard, op een plaats die Dorren Heuvel werd genoemd. Er bestaan tal van prachtige, soms heroïsche verhalen over de gierpont. Heel recentelijk nog werd een pontbaas van boord gehaald, omdat hij beschonken heen en weer ging. En iedere Huissenaar kent de verhalen over het losslaan van de pont, waarbij het vaartuig met stroom mee richting IJsselkop dobberde. In de tweede wereldoorlog was de pont een schakel in de ontsnappingsroute van neergeschoten piloten. Toen de Duitsers ook dreigden de profiteren van de pont, bracht een van de zonen van de veerbaasfamilie Martens het vaartuig koelbloedig tot zinken.
Ooit schijnt de pont te zijn gebruikt door een geestelijke in een geslaagde poging een spook naar de overkant te brengen. Rond de eeuwwisseling werd de hulp van de paters Dominicanen ingeroepen om de buurt tussen Bloemstraat en Struifstraat in Huisen te ontdoen van spookverschijnselen. Mensen daar zouden worden geconfronteerd met een vreemde loodzware, maar onzichtbare last op hun rug.
Een bekwame spokenjager uit het plaatselijke klooster kwam naar het geteisterde gebied. Na een langdurig gebed, slaagde hij erin de geest te vangen en hem in een doosje mee te voeren naar het Looveer. Het aanhoudende vurig bidden van de Dominicaan kon niet voorkomen dat het spook opnieuw voor problemen zorgde tijdens de overtocht op de pont. Het gewicht van de geest zou zo zwaar op de pont hebben gedrukt dat het vaartuig gevaarlijk diep in de rivier kwam te liggen. De golven klotsten al over de kleppen van de pont.
Maar toen de pater eenmaal van boord was gegaan, kwam de pont als door een wonder weer omhoog.
De geestelijke liet de geest ontsnappen op een moerassige plaats in de Middelwaard. Het griezelverhaal wil dat er sindsdien in de schemering, vanaf het Looveer, een man zonder hoofd te zien is aan de overkant.
Alleen al bij de gedachte aan dit verhaal, begint het weer te spoken in de Middelwaard. Felle windvlagen jagen dikke regendruppels uit de donkere hemel over het sombere landschap.

De aflevering over de overkant Huissen in de serie Hel en Hemeljte was begin november 1996 in de Betuwe editie van de Gelderlander te lezen.